Isolatie verhoeven
animated
Nieuws
 www.isolatieverhoeven.be - info@isolatieverhoeven.be - Tel. (016) 65 05 05 - Fax (016) 65 70 50
NL - FR 

Algemene uitleg en toepassing van akoestische isolatie

De laatste jaren neemt het comfort in woningen en andere gebouwen toe.
Geluidsisolatie is samen met thermische isolatie en energiezuinig bouwen een "hot item",
maar er is een zeer groot verschil tussen beide begrippen.
Daar waar een minder goede thermische isolatie zich meestal laat voelen na het ontvangen van de energierekening, valt een "verkeerde" geluidsisolatie aan de grootste leek onmiddellijk op.
De vraag naar een degelijke geluidsisolatie is dan ook sterk toegenomen.

De na-isolatie van een gebouw met thermische isolatie is perfect (economisch) haalbaar.
Om akoestische isolatie toe te passen in een bestaand gebouw zijn de ingrepen echter dermate drastisch, dat weinig bouwheren zich geroepen voelen om de ongemakken ook effectief op te lossen.

Dat het verschijnsel van de geluidsisolatie een zeer acuut probleem is, heeft in feite drie fundamentele oorzaken :

  • er wordt veel meer geluid geproduceerd heden ten dage dan tien of twintig jaar geleden
  • de comforteisen van de bouwheren en gebruikers nemen alsmaar toe
  • de hedendaagse opvattingen over het moderne bouwen bracht met zich mee dat men steeds lichtere gebouwen ging optrekken die bovendien voorzien waren van enorme beglaazde oppervlakken.

Algemeen dient geweten dat geluidsoverlast een subjectief gegeven is. De ene persoon kan wat meer lawaai verdragen dan de andere. Bovendien is in een stille omgeving elke vorm van geluid al snel overlast.

Bovendien staat het probleem van geluidsisolatie in feite lijnrecht tegenover het probleem van de thermische isolatie.
Daar waar men voor thermische isolatie vooral zijn toevlucht zal zoeken tot lichte materialen (isolatiematerialen) dient men voor het oplossen van de geluidsisolatie vooral zijn heil te zoeken in het gebruik van zware materialen.

Wat is geluid ...

Geluid is trilling. Deze trilling kan zich voortplanten in de lucht, in vaste materialen en in vloeistoffen. Ze kunnen van lucht in een ander medium overgaan en omgekeerd. Ze bereiken het menselijk oor onder de vorm van trillingen.

Indien men in een kamer geluid voortbrengt van 80 decibel, en men hoort in de kamer ernaast slechts 30 decibel, dan zegt men dat de muur tussen de twee kamers 80-30=50 decibel "isoleert". Decibel is de eenheid van geluidsterkte en is eigenlijk een logaritmische maat van de druk die het geluid op een membraan (vb. ons gehoor) uitoefent.
Voor praktisch gebruik bestaat een tabel die een idee geeft van de geluidsniveaus die wij normaal kennen :

  • van 0 tot 20 decibel : voor de meeste mensen niet waarneembaar
  • 20 decibel : komt overeen met zacht gefluister
  • 40 decibel : komt overeen met een normale stem, enz.
  • 80 decibel : komt overeen met geluiden in fabrieken, stations, wordt erg hinderlijk ervaren
  • > 90 decibel : geluiden die op min of meer lange duur gehoorschade kunnen veroorzaken.
  • > 130 decibel : gehoorschade is bij een onbeschermd gehoor onvermijdelijk.

In de praktijk bestaat lawaai echter steeds uit een "mengsel" van verschillende frequenties, die niet allen hetzelfde niveau hebben. Bij geluidsmetingen gebruikt men dikwijls gemiddelden en verschillende manieren van berekening. De beste manier om geluid en geluidsisolatie te kenmerken is gebruik maken van curven, zoals dit in de normen NBN 576 en NBN S01-400 gedaan wordt.

Wat is geluidsisolatie ...

Onder geluidsisolering verstaat men de maatregelen die getroffen worden om geluidshinder tegen te gaan. Deze maatregelen zijn meestal zeer complex en indien hoge eisen gesteld worden, zal men verplicht zijn een beroep te doen op specialisten. Er zijn echter enkele algemene gegevens die nuttig zijn voor het behandelen van eenvoudige gevallen.

Remedies tegen geluidshinder ...

1. Oorzaak wegnemen :

Een eerste middel om geluidshinder te bestrijden is maatregelen treffen om het ontstaan van geluid te voorkomen.
Voorbeeld : een voorwerp dat op een tapijt valt, maakt minder lawaai dan een voorwerp dat op een harde vloer valt. In een woning waarvan de vloeren met tapijt zijn bekleed, heeft men minder problemen met de geluidsisolatie.

2. Logische indeling van een gebouw :

Een ontwerper kan veel problemen vermijden door een logische indeling te kiezen van nieuwe gebouwen. Ruimten met een grotere geluidsproductie dienen geplaatst aan de straatzijde van het gebouw. In een badkamer, garage, wasplaats en keuken heb je tijdens het gebruik sowieso al meer geluidsproductie. Maar ook interne indeling is belangrijk. Zo worden een slaapkamer en een inkom van een ander appartement best niet naast elkaar geplaatst.

3. Geluidsabsorptie :

Harde wanden weerkaatsen het geluid, waardoor de hinder die men ervan ondervindt vergroot wordt. Dit verschijnsel kan men zeer goed waarnemen in een kale ongemeubelde kamer. Indien de kamer bevloerd is met tapijten en voorzien van meubels en gordijnen, klinkt de menselijke stem zachter en aangenamer.

Om geluid te absorberen zijn zachte, poreuze stoffen het beste geschikt.
In de praktijk betekent dit het gebruik van :

  • vloeren met tapijten
  • plafonds met geperforeerde platen in gips of zelfs metaal, waarboven een mat in glaswol of dergelijke
  • muren met dik behangpapier, zacht hout of aangepaste plastieksoorten.
  • Een stevige, geluidsabsorberende muur (voorbeeld voor een sporthal) bekomt men door geperforeerde baksteen (snelbouw) te vermetselen met de perforaties in het dagvlak van de muur.
    Aan de achterkant van de baksteen kan men een mat in isolatiemateriaal aanbrengen. Deze oplossing is vooral geschikt voor turnzalen, zwembaden en dergelijke, waar stevige, onderhoudsvrije absorberende wanden vereist worden.

4. Geluidsisolatie :

Geluidsisolatie is het verhinderen van "vrije doorgang" van geluiden/trillingen.
Algemeen zijn er 2 soorten geluidsisolatie, zijnde isolatie tegen luchtgeluiden en contactgeluidsisolatie.

  • isolatie tegen luchtgeluiden (verhindert doorgang van de geluiden die zich voortplanten in de lucht zoals stemgeluid, muziek, ...)
  • contactgeluidsisolatie (verhindert doorgang van de geluiden die zich voortplanten in de structuur of materialen)

4.1. Isolatie tegen luchtgeluiden

Luchtgeluiden zijn trillingen van de luchtdeeltjes. Dit lawaai is een "mengsel" van verschillende frequenties, die niet alle hetzelfde niveau hebben.

Het bekomen van luchtgeluidsisolatie hangt in grote mate af van :

  • de massa (gewicht) van het materiaal ...
    Zo isoleert een volle machinesteen beter dan een holle betonsteen en nog beter als een lichte snelbouwsteen. Hoe zwaarder de muur is per vierkante meter, hoe beter. Toch is deze regel niet absoluut correct, daar een spouwmuur van 2 x 9 cm beter isoleert dan een enkele muur van 18 cm, alhoewel het totale gewicht uiteraard hetzelfde is. Hetzelfde voor de vloeren, waar een betonvloer beter is dan welfsels en nog beter dan een houten roostering met houten vloerdelen.
  • de homogeniteit van het materiaal ...
    De massa dient overal aanwezig te zijn. Zo dient er op gelet te worden dat ook de stootvoegen (van een muur in metselwerk) goed gevuld zitten met mortel. Openingen zoals inbouwdoosjes van elektriciteitsschakelaars vormen ernstige geluidslekken. Bij alle scheidingswanden moeten barsten en naden zorgvuldig vermeden worden. Onvoldoende aansluiting (vooral tegen het plafond) van niet-dragende wanden is een vaak voorkomende oorzaak van geluidslekken.
  • het absorberend vermogen van het materiaal ...
    Luchtgeluiden kunnen geabsorbeerd worden (zie hoger), wat tevens ten goede zal komen aan het akoestisch comfort.
    In een lege kamer of een kamer met gladde gesloten afwerkingsmaterialen is er een grote nagalm door het te kleine absorberende vermogen.
    Het is voldoende wat absorberende materialen te gebruiken zoals tapijt, gordijnen, en meubels … om dit te wijzigen.
  • zorg voor details bij ramen en deuren ...
    Ramen en deuren zijn erg zwakke plekken qua geluidsisolatie. Het gebruik van dubbel glas helpt. Indien men nog een derde ruit aanbrengt, zal men deze liefst een andere dikte geven, om resonantieverschijnselen tegen te gaan. Uiterst belangrijk bij deuren en ramen is ook het afdichten van de luchtspleten langs de bewegende delen met bijvoorbeeld rubber- of neopreenstrippen. Sleutelgaten kan men met een metaalplaatje afdekken. Worden zeer hoge eisen gesteld, dan kan men zelfs twee deuren achter elkaar plaatsen.
  • het vermijden van contactpunten ...
    Scheidingsmuren met een spouwconstructie worden omwille van akoestische redenen beter niet met elkaar verbonden door middel van spouwhaken (ankerloze spouwmuur). Ook andere (ongewenste) doorverbindingen dienen vermeden te worden, zoals gemorste mortelspecie, lateien tegen buitenmuren, enz.
  • de vulling van een eventuele spouw ...
    Een (elastisch) gevulde spouw belet geluidsdoorgang in zijdelingse richting. Een spouw vullen met minerale wol van 4 à 5 cm dikte is een goede zaak.
  • het gebruik van verschillende materiaaldiktes ...
    Zo is het soms beter om een lichte voorzetwand te combineren met een dikke muur, dan wel een volle dikke muur. Dit alles heeft te maken met de resonantie van materialen. Glas heeft vrij slechte akoestische eigenschappen. Meestal gaat het bij een bepaalde frequentie aan het trillen, waardoor de overeenstemmende toon zeer slecht geïsoleerd wordt. Bij ramen waaraan hoge eisen gesteld worden zal men daarom dubbele ruiten gebruiken, met glas van verschillende dikten, gescheiden door een spouw. Het kan daarbij nuttig zijn de ruiten niet evenwijdig tot elkaar op te stellen.
  • ontwerpfouten in valse wanden en plafonds ...
    Zo kan het zijn dat de muren tussen verschillende lokalen stoppen net boven het valse plafond, wat een geluidsdoorgang via het meestal lichte plafond doorlaat.
  • de afwezigheid van doorvoeren ...
    Een leiding van centrale verwarming of dergelijke die van de ene ruimte naar de andere loopt doet alle bereikte resultaten teniet. Dit zijn trouwens al contactgeluiden.
  • de nazorg ...
    Voor het vermijden van plaatsingsfouten is de plaatser verantwoordelijk, maar de nazorg ligt niet altijd in zijn bevoegdheid. Alle partijen die met de bouw betrokken zijn dienen hun steentje bij te dragen. Zo kan een loodgieter of elektricien in een akoestische scheidingswand weer openingen, doorvoeren en dergelijke maken die alle resultaten teniet doen.

4.2. Isolatie tegen contactgeluiden

Contactgeluiden zijn geluiden die ontstaan door contact van (harde) voorwerpen, bijvoorbeeld hamerslagen op een vloer of dichtslaande deuren. Het geluid plant zich zeer gemakkelijk voort in harde materialen, vooral in metalen.

Het bekomen van contactgeluidsisolatie hangt in grote mate af van :>

  • het vermijden van contactpunten (hoofddoel) ...
    Scheidingsmuren met een spouwconstructie worden omwille van akoestische redenen beter niet met elkaar verbonden door middel van spouwhaken (ankerloze spouwmuur). Ook andere (ongewenste) doorverbindingen dienen vermeden te worden, zoals gemorste mortelspecie, lateien tegen buitenmuren, enz. Het is ook niet aan te raden om bijvoorbeeld trappen in scheidingsmuren te klemmen.
  • het vermijden van leidingdoorvoeren ... Een bijzonder probleem vormen de vele metalen leidingen die men in de meeste moderne gebouwen aantreft. Men kan de doorvoeringen van dergelijke leidingen isoleren met loden of vilten hulzen en men kan buizen in de ophangbeugels eveneens in hulzen opvangen. Het beste resultaat is vermijden van doorvoeren, door bijvoorbeeld een individueel verwarmingssysteem per wooneenheid/appartement te plaatsen.
  • het gebruik van verschillende materiaaldiktes en densiteiten ...
    Dit alles heeft te maken met de resonantie van materialen.
  • Een goede materiaalkeuze ...
    Om de dekvloer zwevend te maken worden meestal dunne isolatiematten of rollen gebruikt, of elastische uitvullagen uit kurk, gebitumeerd vermiculite of rubber. In de geringe dikte van veel populaire isolatiematten (meestal 5 mm) schuilt een groot gevaar voor doordrukken van oneffenheden, of doortrappen tijdens het plaatsen van de chape. Deze toepassing wordt quasi onmogelijk als er geen voorafgaande uitvulling van de buizen en leidingen op de draagvloer gebeurt. De holtes die zouden ontstaan tussen de isolatierollen en de leidingen vormen kleine klankkasten of luchtkanalen waarvan het akoestisch effekt niet kan voorspeld worden. Deze onvrijwillig ontstane kanalen leiden o.a. naar de plaatsen waar de massa van de draagvloer weggenomen werd, leidingen voor verlichtingspunten en inbouwspots. Het is dus noodzakelijk om bij het gebruik van isolatiematten of rollen alle leidingen vooraf uit te vullen. Een naadloos en gebonden systeem van contactgeluidsisolatie zoals Isoflor heeft deze nadelen niet, al dient gezegd te worden dat erg grote leidingpakketten best vooraf uitgevuld worden.
  • de kwaliteit van de plaatsing en de nazorg ...
    Voor het vermijden van plaatsingsfouten is de plaatser verantwoordelijk, maar de nazorg ligt niet altijd in zijn bevoegdheid. Alle partijen die met de bouw betrokken zijn dienen hun steentje bij te dragen. Zo kan de contactgeluidsisolatie van vloeren beschadigd worden bij plaatsing van de chape. Ook het onmogelijk correct kunnen plaatsen van systemen op rol en in platen indien de vloer niet (goed) is uitgevuld en er leidingen op liggen is fout. Bij contactgeluidsisolatie is elk detail van belang. De aansluiting met de muren, de leidingen die door de vloer lopen, de randen aan de trapopening, ... Als een vloerder op een zwevende vloer de geplaatste (tegel)plint niet elastisch ondervoegt, maakt hij een contactpunt tussen vloer en muren. Dit doet veel van het resultaat teniet.

5. Noot :

U merkt dat al deze facetten best bekeken worden van bij het ontwerp. Enkel het gebruik van akoestisch isolerende materialen garandeert nog geen resultaat.

Wij wijzen er u op dat metingen en normen van geluidsisolatie in de verschillende Europese landen soms sterk van elkaar afwijken, zodat vergelijking zeer moeilijk is.
Ook moet men voor ogen houden dat geluidsisolatie in de praktijk bijna steeds slechter is dan in het laboratorium gemeten.
De oorzaak hiervan ligt in kleine barsten en naden, ingewerkte leidingen, onvoldoende aansluiting of kleine uitvoeringsfouten in het algemeen.

Tot slot is een laboproef een testopstelling, waarvan de samenstelling niet noodzakelijk dezelfde is als deze op de werf. Men kan uiteraard niet voor elke mogelijke samenstelling een akoestische proef doen.
De massa-veer karakteristieken van een zwevende vloer worden bijvoorbeeld sterk beïnvloed door de dikte en overspanning van de draagvloer, de dikte en de stijfheid van het isolatiemateriaal, de dikte van de chape en de hardheid van de afwerklaag zowel onderaan als bovenaan.
Resultaten zijn dus niet altijd voorspelbaar !

© 2003-2014 - Isolatie Verhoeven nv

webdesign: highgate ´57


Laatste aanpassing op Thursday, October 22, 2015