Het is vooreerst nuttig om te begrijpen wat geluid eigenlijk is. Geluid is trilling. Deze trilling kan zich voortplanten in de lucht, in vaste materialen en in vloeistoffen. Ze kunnen van lucht in een ander medium overgaan en omgekeerd. Ze bereiken het menselijk oor onder de vorm van trillingen.
Indien men in een kamer geluid voortbrengt van 80 decibel, en men hoort in de kamer ernaast slechts 30 decibel, dan zegt men dat de muur tussen de twee kamers 80-30=50 decibel “isoleert”. Decibel is de eenheid van geluidsterkte en is eigenlijk een logaritmische maat van de druk die het geluid op een membraan (vb. ons gehoor) uitoefent.
Voor praktisch gebruik bestaat een tabel die een idee geeft van de geluidsniveaus die wij normaal kennen :
- van 0 tot 20 decibel : voor de meeste mensen niet waarneembaar
- 20 decibel : komt overeen met zacht gefluister
- 40 decibel : komt overeen met een normale stem, enz.
- 80 decibel : komt overeen met geluiden in fabrieken, stations, wordt erg hinderlijk ervaren
- > 90 decibel : geluiden die op min of meer lange duur gehoorschade kunnen veroorzaken
- > 130 decibel : gehoorschade is bij een onbeschermd gehoor onvermijdelijk
In de praktijk bestaat lawaai echter steeds uit een “mengsel” van verschillende frequenties, die niet allen hetzelfde niveau hebben. Bij geluidsmetingen gebruikt men dikwijls gemiddelden en verschillende manieren van berekening. De beste manier om geluid en geluidsisolatie te kenmerken is gebruik maken van curven, zoals dit in de normen NBN 576 en NBN S01-400 gedaan wordt.